Login

Gelieve je e-mail en paswoord in te geven. Ben je je paswoord vergeten, vul dan enkel je e-mail in en klik op paswoord vergeten. Heb je nog geen account, registreer je helemaal beneden.

Login Paswoord vergeten?

OF

Login met Facebook

Heb je nog geen account?
Registreer via het formulier


 

Registratie

Registreer je met de hieronder gevraagde gegevens. Eens geregistreerd kan je acties aanmaken of deelnemen aan acties van anderen.

Ga verder

Zuidverhalen

Vijf miljard mensen op deze wereld kunnen niet terugvallen op sociale bescherming. Ze komen in grote problemen bij de minste tegenslag. Samen met zijn campagnepartners werkt 11.11.11 aan oplossingen.

Sociale bescherming in Mali (filmpje)“Pensioen? Wat is dat?” 

Ziek zijn en naar de dokter gaan, enkele weken thuisblijven na een bevalling of stoppen met werken als we oud zijn. In onze westerse samenleving lijkt dit allemaal heel evident. Maar is het dat ook in het Zuiden?

meer informatie
 
 

"Pensioen? Wat is dat?"

11.11.11 stuurde een cameraploeg naar Mali en zocht het uit. Sommige vaststellingen waren ontstellend. Dramane Traoré, bijvoorbeeld, graaft op zijn 66ste nog steeds putten, vaak in een allesverzengende hitte. Maar liefst 94% van de Malinezen heeft net als hij geen pensioen. En maar liefst 78% heeft geen enkele vorm van sociale bescherming. Toch is er hoop. Onze ploeg bezocht leden van de mutualiteit UTM, een partnerorganisatie van Wereldsolidariteit en de CM die ook steun ontvangt van 11.11.11. Zij waren alvast erg overtuigd van de voordelen.

Filmpje met getuigenissen Mali

Hoe is het om te leven zonder sociale bescherming? En hoe kan een basis aan sociale bescherming je verder helpen in het leven? Ontdek het in dit boeiende filmpje over Mali.  

Lees minder
 
Suikerrietkappers in El Salvador“Al 28 jaar zonder officieel loon” 

In El Salvador zijn er 23.000 arbeiders die in het seizoen suikerriet kappen. Hun werk is zwaar en gevaarlijk, het loon heel laag. De kappers zijn niet gedekt door de sociale zekerheid en dat levert schrijnende situaties op.

meer informatie
 

Adán Abrego Reinado, El Salvador
“Je kunt in het rietveld op een giftige slang trappen. Of jezelf verwonden, een ader raken bij het kappen. Het werk is gevaarlijk. En dat terwijl je op het eind van de week maar weinig geld krijgt. Nog niet genoeg om je familie te onderhouden.”

Heriberto González Flores, El Salvador
“Ik werk al 28 jaar op de rietvelden, zonder officieel loon. Je krijgt geen hulp, geen beschermingsmateriaal. Als er een ongeval gebeurt word je gewoon naar huis gestuurd, zonder enige bijstand. Ze zouden sociale bijdragen voor ons moeten betalen, dat zou beter zijn.”

Adán en Heriberto zijn twee van de 23.000 arbeiders die in het seizoen suikerriet kappen in de Midden-Amerikaanse staat El Salvador. Hun werk is zwaar en gevaarlijk, het loon heel laag. Maar omdat zijzelf noch hun werkgever sociale bijdragen betalen, zijn de kappers niet gedekt door de sociale zekerheid, ook al is dat bij wet wel verplicht.

De suikerrietkappers in El Salvador bouwen dus geen pensioen op, ze krijgen geen uitkering als ze werkonbekwaam zijn en hun medische kosten worden niet terugbetaald. Hun loon bedraagt hooguit 5 euro per dag. Dat is niet genoeg om met een gezin van te leven, laat staan om onverwachte kosten te dekken. Bovendien vindt de suikerrietkap maar enkele maanden per jaar plaats.

De kap wordt georganiseerd door 7000 kleine coöperatieven en bedrijfjes, die het gekapte riet verkopen aan één van de zes grote suikerbedrijven in het land. In die bedrijven is alle tewerkstelling wel formeel. Met de steun van FOS hebben vakbonden in drie van die suikerfabrieken de krachten gebundeld om de suikerrietkappers te organiseren en te mobiliseren. Ze steunden de oprichting van een nieuwe vakbond, SITRACAÑA, voor informele suikerrietkappers.

“Suikerrietkappers zijn een belangrijk deel van de productieketen. Wij willen dat alle arbeiders, informeel of formeel, in alle fasen van de productie waardig werk hebben, mét sociale bescherming. Dat is zowel de verantwoordelijkheid van de grote suikerfabrieken, als van de kleine producenten en coöperatieven” zegt Noé Nerio, secretaris-generaal van de vakbond STEIA.

Daarom heeft de coalitie van suikervakbonden een strategie uitgewerkt om het werk van de suikerrietkappers tegen 2018 te formaliseren en hen toegang te geven tot de sociale zekerheid.

Lees minder
Vakbond helpt textielarbeiders opkomen voor hun rechten“Als we ziek zijn, verdienen we niets” 

Sean Sophal werkt als textielarbeidster in Cambodja. Ze is vakbondsleidster en ijvert iedere dag weer voor een goede sociale bescherming voor al haar collega's.

meer informatie
 
 

"De dokter kost veel geld. Dat maakt het moeilijk om een ziektebriefje te krijgen zodat je niet moet gaan werken als je ziek bent. Sommige arbeiders gaan gewoon naar de apotheek voor een middel, maar dan hebben ze ook geen recht op een inkomen tijdens hun ziekte. En zelfs als je een doktersbriefje hebt en dus recht op vergoeding, betaalt de fabriek bijvoorbeeld maar twee van de vijf dagen ziekte uit. Als lid van de vakbond roep ik het bedrijf dan ter verantwoording om de arbeidswet en de rechten van de textielwerkers te respecteren.”

Sean Sophal werkt in een textielfabriek in de hoofdstad Phnom Penh. Ze is vakbondsleidster voor C.Cawdu, een onafhankelijke vakbond en partner van Oxfam.

In de Cambodjaanse textielindustrie werken 500.000 mensen. Hun werkomstandigheden en hun loon laten veel te wensen over. Sinds 2004 is er in Cambodja een sterke economische groei, maar die heeft vooral gezorgd voor meer ongelijkheid. Veel Cambodjanen ontvluchten de armoede op het platteland en trekken naar de stad, waar textielfabrieken werk bieden.
 
C.Cawdu werkt voor waardig werk in de textielindustrie: leefbare lonen, veilige werkomstandigheden en democratische rechten. In september 2014 kwamen 100.000 textielwerkers uit meer dan 139 fabrieken tijdens hun lunchpauze op straat. Ze droegen allemaal een sticker met 177 erop, om een leefbaar minimumloon te eisen van 177 dollar per maand. In november werd het minimum maandloon verhoogd tot 128 dollar. Nog steeds niet genoeg om van te leven en een doktersrekening te betalen. “Maar daarmee zijn we niet tevreden. We zullen onze eis blijven herhalen. Want de ervaring leert dat als we geen campagne voeren, het minimumloon amper stijgt”.

Lees minder
 
Filipijnen: privatisering van de gezondheidszorg biedt geen antwoord “Ik werk waar dokters nooit komen” 

Ruth Ello is verpleegster op Leyte. Daar is een groot gebrek aan gezondheidszorg. De plannen om de gezondheidszorg te privatiseren, raken veel mensen.

meer informatie
 

Ruth Ello is verpleegster op Leyte, een eiland van de Eastern Visayas. Die eilandengroep kwam in het nieuws door de verwoestende doortocht van tyfoon Haiyan die onder meer  de stad Tacloban verwoestte.  Ruth koos er bewust voor  om te werken in een regio waar mensen anders nooit een dokter zien en waar doden vallen door makkelijk te genezen ziektes.

De Filipijnen kampen vandaag met een schrijnend gebrek aan toegang tot gezondheidszorg. Elke dag sterven bijvoorbeeld maar liefst acht vrouwen tijdens hun zwangerschap of bevalling.  Volgens de Council for Health and Development, een partner van G3W, voorziet de overheid slechts in 17.000 van de 41.000 Filipijnse dorpen gezondheidsdiensten. Als er al een centrum is, dan is het vaak onderbemand en zijn er amper medicijnen of materiaal te vinden. Gemiddeld is er maar één verpleegkundige per 40 dorpen.

Om aan de grote gezondheidsnoden te beantwoorden stelt de Filipijnse regering publiek-private partnerschappen voor. De Europese ontwikkelingssamenwerking steunt deze aanpak. In de regio Eastern Visayas is het Eastern Visayas Regional Medical Center het enige ziekenhuis met voldoende personeel en materiaal. Maar ook dit ziekenhuis staat op de lijst met 72 overheidsziekenhuizen die op het punt staan geprivatiseerd te worden. Als dat gebeurt  zal wie de diensten niet kan betalen  uit de boot vallen, vrezen lokale organisaties.

Omdat het recht op gezondheid in de Filipijnse grondwet is ingeschreven, slaagden maatschappelijke organisaties in de Filipijnen erin om de eerste commercialisatie van een openbaar ziekenhuis uit te stellen. Gezondheidszorg verstrekken is een fundamentele taak van de overheid, zeggen de organisaties. Ze eisen dat de overheid meer publieke verantwoordelijkheid neemt  en investeert in een voor iedereen toegankelijke en kwalitatieve basisgezondheidszorg.

Lees minder
Begin van sociale zekerheid bij Oegandese boerengroep“We organiseren onze eigen solidariteit.” 

Nalista Topistar is een boerin in Oeganda. Ze is lid van een boerenorganisatie. Samen met de andere boeren leggen ze geld bij elkaar. Zo kunnen ze elkaar helpen als het tegenzit.

meer informatie
 
 

Om te voorkomen dat we bij een  tegenslag alles verliezen, organiseren we de solidariteit binnen onze boerengroep. We helpen elkaar bij de werkzaamheden als dat nodig is en leggen geld bij elkaar als een embryonale vorm van onderlinge verzekering. Zo kunnen we bijspringen als een gezin te maken krijgt met een ongeval, ziekte of overlijden.” 

Nalista Topistar is een boerin in het Oegandese dorpje Kiruli. Zij is lid van een boerengroep die in 2012 aansloot bij MADFA (Masindi District Farmers Association).  Dat is een organisatie voor plattelandsontwikkeling en een partnerorganisatie van TRIAS. MADFA geeft de boeren vorming over administratie en leiderschap, maar stimuleert hen ook om hun kennis over productie- en verkooptechnieken met elkaar te delen. En elk lid krijgt toegang tot krediet omdat de leden onderling garant staan. Zo ontwikkelt MADFA de onderlinge solidariteit.

Nalista: “Voordat we aangesloten waren bij MADFA, hadden mijn man en ik een heel klein boerderijtje. Ik kende eigenlijk niets van landbouw maar leerde al doende van mijn man. We verbouwden maïs, bonen en aardappelen voor eigen gebruik. We kenden niets van de markt en hadden geen vee. Elk jaar waren er tijden dat we niet voldoende voedsel hadden voor ons gezin. Laat staan geld om onze kinderen naar goede scholen te sturen. Ons leven veranderde toen onze boerengroep zich in 2012  aansloot bij een programma voor plattelandsontwikkeling van MADFA.”

 

Nu verkopen de boeren van Kiruli hun maïsoogst samen. Dat brengt meer op. MADFA liet de leden ook kennismaken met microfinanciering. Op de wekelijkse zitting spaart elk lid een bedrag tussen 0,3 en 1,5 euro. Daarbovenop betaalt elk lid een verplichte sociale bijdrage van vijftien eurocent. Op die manier heeft de groep inmiddels enkele honderden euro’s bij elkaar gespaard. Met dat geld kan de solidariteitskas gezinnen steunen die te maken krijgen met een arbeidsongeval, ziekte of overlijden.

Die lokale solidariteitskassen wil MADFA nu aan elkaar gaan linken. Zo kunnen de boerengroepen zelfredzamer zijn en grotere risico’s dekken.

Lees minder
 
Dominicaanse Republiek: betaalbare gezondheidszorg“Bevalling van mijn vrouw onbetaalbaar” 

Eddy Martinez verkoopt kokosnoten. Zonder medische verzekering is de bevalling van zijn vrouw bijna onbetaalbaar. De vakbond bouwde daarom zelf een systeem uit.

meer informatie
 

“Ik verkoop kokosnoten op het strand van La Romana. Normaal gezien verdien ik daarmee genoeg om van te leven, maar nu heb ik  een probleem. Want mijn vrouw bevalt binnenkort van ons derde kindje en ik heb geen medische verzekering. En ik weet het al van de vorige keer: een bevalling in het ziekenhuis zonder verzekering is bijna onbetaalbaar. Zeker nu er weinig toeristen zijn.”

Eddy is niet alleen. In de Dominicaanse Republiek zijn meer dan de helft van de werkende mensen aan de slag in de ‘informele economie’. Dat betekent dat ze de kost verdienen als verkoper of taxichauffeur, thuis een klein kapsalon hebben of landbouwer zijn. Zij hebben geen werkgever, geen contract, staan nergens ingeschreven, hebben geen garantie op een inkomen en zijn niet beschermd. 

In 2001 lanceerde de Dominicaanse overheid nochtans een nieuwe wet op de sociale zekerheid. Ziekteverzekering en pensioenstelsel zouden zorgen voor een betere bescherming van de bevolking. Maar in de praktijk is dit systeem enkel gerealiseerd voor de formele sector. Al wie informeel aan de slag is, valt uit de boot. De vakbond CASC bouwde daarom zelf een systeem uit, Amussol, waardoor die informele werkers toch toegang krijgen tot de sociale bescherming van de overheid. Amussol is zelf geen ziekteverzekering maar treedt op als tussenpersoon. Zo kunnen straatverkopers zoals Eddy zich ook beroepen op de sociale zekerheid van het land. Mits een maandelijkse bijdrage, berekend op basis van zijn inkomen, zou Eddy door aan te sluiten bij Amussol toegang hebben tot betaalbare gezondheidszorg. Ook voor de bevalling van zijn vrouw, want zijn hele gezin is meteen mee verzekerd.

Zowel CASC als Amussol zijn partners van WS. Amussol is op dit ogenblik erkend als de op zeven na grootste werkgever in het land.

Lees minder